
Eerst bepalen waar warmte en vocht ontsnappen
Bij een hellend dak bekijken we de dakpannen, panlatten, tengels en de onderliggende folie voordat isolatie wordt besproken. Een koude zolder vraagt een andere opbouw dan een verwarmde ruimte onder het dak. We letten op aansluitingen bij de nok, gevel, dakvoet, schoorsteen en dakramen: juist daar kunnen luchtlekken of koudebruggen ontstaan. Ook controleren we of er sporen van vocht, condens of lekkage zijn. onze website geeft u alvast overzicht van werkzaamheden die met de dakopbouw kunnen samenhangen.
Bij een plat dak staat de bestaande dakbedekking centraal. We beoordelen de bitumen- of EPDM-laag, de dakranden, afvoeren en eventuele isolatie die al boven of onder de constructie zit. Een extra laag kan gevolgen hebben voor hoogte, waterafvoer, aansluitingen en detaillering rond lichtkoepels of doorvoeren. Daarom bespreken we eerst of na-isoleren technisch past, of de bedekking tegelijk moet worden vernieuwd en hoe de woning of bedrijfsruimte tijdens de werkzaamheden bereikbaar blijft. De uitkomst is een concreet voorstel met de gekozen positie van de isolatie en de punten die vooraf moeten worden hersteld.



























