
Schade aan pannen, naden en dakranden vaststellen
Na harde wind controleren we eerst waar de windbelasting het dak heeft geraakt. Bij een pannendak letten we op verschoven, gebroken of ontbrekende pannen, beschadigde nokvorsten en losgeraakte vorst- of gevelpannen. Ook de panlatten, dakfolie en bevestiging bepalen of plaatselijk herstel volstaat. Bij een plat dak bekijken we de dakbedekking, randafwerking, kim — de overgang tussen dakvlak en opstand — en doorvoeren rond bijvoorbeeld een afvoer of lichtkoepel. Een scheur, blaas of losliggende strook kan water onder de toplaag brengen, ook als binnen nog geen lekkage zichtbaar is.
Daarna beoordelen we dakgoten, lood- en zinkdetails en aansluitingen bij schoorsteen of dakraam. We maken onderscheid tussen directe stormschade en een ouder zwak punt dat door de wind zichtbaar is geworden. Die beoordeling bepaalt of losse delen veilig worden vastgezet, beschadigde materialen worden vervangen of een bredere inspectie nodig is. Op onze website leest u ook hoe inspectie, onderhoud en herstel samenhangen. U ontvangt vervolgens een duidelijke uitleg van de aangetroffen schade, de volgorde van werkzaamheden en de onderdelen die eventueel nog gecontroleerd moeten worden.



























